Met het lustrumboek 'Economische Raad voor Oost-Vlaanderen. 55 jaar de stuwende kracht' illustreert EROV zijn werking als belangrijke sociaal-economische actor van het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen, stelde gedeputeerde Jozef Dauwe, voorzitter van EROV. Tijdens zijn uiteenzetting op de lustrumviering op 21 december 2010 overliep de voorzitter de evolutie van EROV samen met die van de sociaal-economische situatie in Oost-Vlaanderen, het onderwerp van het rijkelijk geïllustreerd lustrumboek.

De geschiedenis van EROV is een verhaal van studie, van formulering van voorstellen en actiepunten en – vooral – van initiatieven die EROV ondernam, in uitvoering van het sociaal-economische beleid van de provincie. Steeds overlegde en werkte de Economische Raad voor Oost-Vlaanderen samen met een waaier aan instellingen, bedrijven en besturen. Het eindelijke doel was de sociaal-economische structuur van de provincie verbeteren. “Het is een indrukwekkend palmares geworden van acties en resultaten waarover ik, als voorzitter, bijzonder fier ben”, verklaarde gedeputeerde Jozef Dauwe, voorzitter van EROV. “De missie van EROV is vandaag dezelfde als in de beginjaren. Wel zijn de omgevingsfactoren grondig gewijzigd. EROV heeft zijn invulling aangepast.”
In 1955 - het jaar van de oprichting van de Economische Raad Oost-Vlaanderen - was de Oost-Vlaamse economie eenzijdig opgebouwd. De sociale drama's waren groot door hoge werkloosheid en sociaal-onverantwoorde pendel. De Oost-Vlaamse economie zat aan de grond. 12 % van de loontrekkende bevolking was toen werkloos tegenover bvb. 5 % in Henegouwen. 22 % van de gehele Belgische werkloosheid situeerde zich in Oost-Vlaanderen. Oorzaak was de uitstoot van arbeidskrachten uit de textielsector en de landbouw gecombineerd met de eenzijdige gerichtheid van de Oost-Vlaamse economische structuur van Oost-Vlaanderen. Die stoelde vooral op één industriële sector: de textielindustrie, die meer dan de helft van de industriële tewerkstelling (54 %) voor haar rekening nam.
In de jaren '50 ontstond het regionaal-economisch denken. “Een verdienste van de provinciebesturen”, aldus voorzitter Jozef Dauwe. “Elke provincie richtte economische raden op en kaderde zo de economische problematiek in het ruimtelijk kader van de regionale gemeenschap. De jonge EROV produceerde studienota's aan de lopende band; argumenteerde, deed voorstellen en liet zich begeleiden door gezaghebbende studiecentra zoals dit van prof. dr. André Vlerick.”
Anno 2010 is een lange weg afgelegd. Nieuwe vestigingen in nieuwe sectoren diversifieerden en verstevigden de economische structuur. Mechanisering, automatisering en informatisering dwongen tot herstructurering. Nieuwe markten gingen open. Het management professionaliseerde. Vandaag is de Oost-Vlaamse economie gediversifieerd. Oost-Vlaanderen heeft samen met West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant de laagste werkloosheidsgraad in België; volgens het statistisch bureau van de Europese Unie Eurostat zelfs de laagste van het land.
Vervolgens schetste gedeputeerde Jozef Dauwe in het kort de rol van EROV in de loop van die voorbije 55 jaar. Hij volgde daarbij het stramiem van het boek, dat de Oost-Vlaamse sociaal-economische geschiedenis en die van EROV beschrijft in tijdvakken van tien jaar.
Na zijn erkenning bij Ministerieel Besluit als Provinciaal Expansiecomité op 23 februari 1960 benadrukte EROV het belang van de regionale expansie (de wet van 1959) en van een actief localisatiebeleid. Men ging uit van het groeipoolconcept. Binnen Oost-Vlaanderen was de kanaalzone Gent-Zelzate veruit de belangrijkste industriële kern, die bovendien verder kon uitbreiden, mits uitbreiding van de haven. Door toedoen en onder begeleiding van EROV beslisten Sidmar (in 1962) en Volvo (in 1965) om zich in die Gentse Kanaalzone te vestigen. Naar aanleiding van de vraag van Volvo lanceerde EROV de actie Toelevering, waardoor bedrijven kenbaar maakten te willen fungeren als toeleveringsbedrijf voor de nieuwe industrieën.
EROV die aanvankelijk was opgericht om de werkloosheid te bestrijden en de negatieve aspecten van de economie weg te werken, kon zich in het midden van de jaren zestig toeleggen op de realisatie van een positieve boodschap: de diversificatie van de economie. De bedoeling hiervan was minder afhankelijk worden van de conjunctuur.
De economie groeide explosief in die zestiger jaren. Tussen 1960 en 1975 was die evolutie zo positief dat de relatieve achterstand van Oost-Vlaanderen ten opzichte van het Belgisch gemiddelde in het midden van de zeventiger jaren haast volledig was weggewerkt.
De wet van 15 juli 1970 op de Economische Planning en Decentralisatie voorzag in de oprichting van Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappijen: één per provincie in Vlaanderen. De GOM Oost-Vlaanderen werd operationeel in 1977. In overleg met deze nieuwe publiekrechterlijke instelling en na onderzoek naar de interne en externe problemen van de kmo's, betrad EROV het activiteitenveld van de kmo. Samen met het Instituut Vlerick concipieerde en werkte EROV de vormings- en begeleidingsprogramma's voor de kmo uit. Die waren en zijn gebaseerd op een combinatie van vorming, begeleiding en netwerking. De EROV sloeg meteen de nieuwe weg in van de kmo-vorming en -begeleiding. In het begin van deze eeuw verbreedde EROV die doelgroep met de socialprofit- en de detailhandelssector, allemaal onder het thema ondernemerschap.
Met de subregionale tewerkstellingsinitiatieven installeerde de EROV in opdracht van het provinciebestuur vanaf 1988 discussie- en actiefora in de subregio's met deelname van de zgn. levende krachten uit de regio's. Zij vormden de voorlopers van de Strategische Platformen, die later door de Vlaamse Gemeenschap zouden worden ingericht.
De tachtiger jaren ontwikkelde de EROV, ook na een uitgebreid studiewerk, de dienst voor ‘Info en begeleiding van Startende Zelfstandigen’, die nieuw startersbloed zou introduceren in de economie. Overigens werd in september 1988 hierover een Europees seminarie georganiseerd in samenwerking met de Vlerick Leuven Gent Management School.
Internationaal bereidde de EROV het samenwerkingsdossier van de Provincie Oost-Vlaanderen met de Chinese provincie Hebei voor in de periode 1988–1993.
In het begin van de jaren negentig ontwikkelde EROV, naast de succesvolle vormings- en begeleidingsprogramma's voor de kmo, een nieuw activiteitenpakket: de promotie van Oost-Vlaamse streekproducten. EROV organiseerde collectieve standen op de Internationale Jaarbeurs te Gent.
Op vraag van de beroepsverenigingen werkte EROV eveneens een marktstrategisch programma in de sierteeltsector uit. ‘Op de Siertoer’ is hiervan het meest bekende product. In andere provincies kreeg het initiatief navolging. Tegelijk wilde de EROV ook nog werken rond preventie van falingen en sluitingen van ondernemingen. Vanaf 1994 werd een dienst ‘Info en begeleiding van bedrijven met financiële problemen’ opgericht, die later door de Vlaamse Gemeenschap als Regionale Preventiecel zou worden erkend en die ook als initiatief veralgemeend werd in Vlaanderen.
In het kader van de aanmoediging van het ondernemerschap werkte de EROV aan het project Mini-Ondernemingen, samen met de Vereniging Jonge Ondernemingen en VOKA.
Recent zagen de vormings- en begeleidingsprogramma's voor de social profit en de detailhandel het levenslicht. Net als die voor de Oost-Vlaamse kmo zijn ze gebaseerd op vorming, begeleiding en netwerking en kwamen ze er na een uitgebreide studieronde.
De jongste jaren werkt EROV ook rond de thema's invoering van informatie- en communicatietechnologie in de kmo en begeleiding van bedrijfsoverdracht bij de kmo.
Als kroon op het werk in de sector promotie van streekproducten opende het Promotiecentrum voor Oost-Vlaamse streekproducten in januari 2002 zijn deuren in het Groot Vleeshuis. “Het moge aantonen dat de invulling van het statutair doel van de EROV, nl. de economische ontwikkeling van deze provincie bevorderen en naargelang de omstandigheden alle mogelijke acties daartoe ondernemen wel zéér letterlijk werd opgenomen”, beklemtoonde gedeputeerde Jozef Dauwe.

“Hier stopt het niet mee”, vervolgde de voorzitter. “Voor EROV ligt de toekomst open om in een beweging van voortdurende reflexie en herbronning, zijn rol als verzelfstandigd orgaan voort te zetten binnen het kader van het Huis van de economie van de provincie Oost-Vlaanderen. Het behoort tot de missie van EROV om vooruit te blikken, om nu reeds te zien waar de aandachts- en de pijnpunten van de toekomst liggen en hoe we hierop tijdig kunnen inspelen met maximale betrokkenheid van alle belanghebbenden. Niet alleen in woord, maar ook in daad.”
“Het werk is niet af. De economie blijft vandaag kwetsbaar. Globalisering is een feit. Duurzame ontwikkeling de inzet. Voor de economische relance wordt gerekend op creativiteit, innovatie en kennis. We zullen nieuwe accenten toevoegen. De vormings- en begeleidingsgedachte is perfect toepasbaar op andere sectoren zoals de culturele sector en sport- en vrijetijdssector met hun breed pallet aan verenigingen, lokaal, regionaal. Ook zij voelen meer en meer de nood aan ondersteuning van het management.
In de toenemende ICT-omgeving zal de rol van de mens aan belang winnen. Arbeidsorganisatie, mensgericht ondernemen, zijn in het kader van het duurzaam ondernemen en de duurzame maatschappelijke ontwikkeling, de actieterreinen voor de toekomst.”
“Het Provinciebestuur heeft EROV op 2 december 1955 opgericht. Het ondersteunt EROV al die tijd financieel en beleidsmatig. Als voorzitter kan ik enkel dank zeggen, ook voor de steun op de zeer moeilijke momenten die EROV in zijn geschiedenis heeft ondervonden”, besloot de voorzitter.
Project BEBEO
Project SCHERP
Project Social Profit Meets Profit